Posts tonen met het label Valnerina. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Valnerina. Alle posts tonen

zondag 19 januari 2014

Monte Sibillini (Nederlands)


Gisteren heb ik eindelijk de tocht gemaakt die ik al een tijdje op de planning had staan: De Valnerina en de Monti Sibillini. Ik ben niet echt een mens voor hoge bergen – sowieso niet voor hoogtes – maar ten eerste valt het eigenlijk wel mee, ik bedoel, het is niet de Andes ofzo en ten tweede kun je onmogelijk de hele Valnerina doorrijden naar Norcia en alle schilderachtige plaatsjes links laten liggen. De natuur is er onbeschrijflijk, groen, hoog, woest, groen.

Maar zelfs hierin moest een keus gemaakt worden, rechtsaf naar Monteleone di Spoleto en Leonessa of links naar Cerreto om toch onvermijdelijk weer in Norcia te komen. Mijn keuzen gaan meestal de linkerkant op, zo ook nu. Zo blijft er wat te wensen.

Het eerste dorpje heette Valle di Nera (goh) en was, volgens het bordje, één van de mooiste borghi in Umbria Italia de Wereld Heelal. Zonder overdrijven: het was een prachtig bergdorpje. Goed onderhouden met de karakteristieke hoekjes die zo kenmerkend zijn voor Umbria. De eerste kerk bleek dicht, maar bij de tweede kwam er een stokoud, tandeloos, onverstaanbaar mannetje aanschuifelen die vroeg of hij de deur moest opendoen. Gelukkig zei ik ja.
Detiende eeuws interieur, een paar bijna achteloze fresco´s en een prachtig Mariabeeld geoogst. En niet onbelangrijk: nergens bordjes met `stilte.` 


Via Cerreto en Norcia kwam de Piano Grande in zicht. Ik heb hier in maart al foto´s van neergezet, toen het een woeste deslolate vlakte was. In juni staat het er vol bloemen en lopen er paarden en kuddes schapen met herders en honden. Doordat ik geen kinderen meehad, bleef de discussie of zo´n vlooienpot al dan niet meegenomen moet worden, me gelukkig bespaard. Castelluccio was afgeladen met toeristen en ik heb het ook al tien keer gezien, dus de tocht ging voort naar Visso.




Visso ligt aan de oevers van de Ussita, een zijriviertje van de Nera. Een dorpje vol Middeleeuwse balkons, oude palazzi, een museum met oude handschriften, een overdosis salumerie want de ham uit Visso is beroemd, ontzettend vriendelijke mensen en een trattoria met de dubieuze naam `Wanted` die nooit een Michelinster zal krijgen, maar wel een prima pappardelle al cinghiale (lintpasta met zwijn) serveert. Er zat niemand, altijd een risico, maar zien eten doet eten, en het stroomde zowel binnen als buiten vol en moest er iemand op een draf naar de bakker en de slager, want ze waren er even niet op berekend.


Vervolgens was Colfiorito het doel. Via een zijsprongetje naar het Santuario di Macereto (jammergenoeg dicht tijdens de siesta) en Appennino en de meest prachtige uitzichten op de Monti Sibillini werd het wat vlakker en kon ik uiteindelijk mijn rode aardappels en linzen kopen bij één van de vele boeren die langs de weg zitten om hun oogst te verkopen.
Een zeer welbestede dag, die de heimwee waarschijnlijk nog groter zal maken.  





Schitterend Scheggino en fantastisch Ferentillo


Vandaag ondanks de hitte toch maar besloten nog wat meer van Umbria te gaan zien. Ik wilde namelijk nog naar Monteleone di Spoleto. Natuurlijk pakte het wederom anders uit want vlak voor de tunnel stond een groot bord van het truffelmuseum in Scheggino, met punta vendita, dus dat leek ook wel weer de moeite waard.

Mis dus want het truffelmuseum is alleen open op zaterdag en zondag. Maar ach ik kom er vast nog wel eens. Scheggino was verder ook vreselijk leuk. Gelegen aan de rivier de Nera – dus wie van rafting houdt, ga er eens heen – en verder de gebruikelijke steile straatjes, een (gesloten) kerk en een middeleeuwse poort. Midden in het dorp was een soort gracht waar een man met een zeis het wier stond weg te snijden. Ik heb hem op de foto, maar het leek zo onbeleefd om vlak bij hem te gaan staan terwijl hij zich uit de naad werkte in deze hitte, dus echt goed is het niet.





Na Scheggino liep de weg verder de Valnerina in richting Ferentillo. Daar is een abdij uit de 7e / 8e eeuw, de San Pietro in Valle. Je moet wat moeite doen een een smalle, steile weg omhoog nemen, die overgaat in een onverharde weg, maar dan heb je ook wat. 


De abdij is van binnen voorzien van allerlei fresco´s, onder meer uit het Nieuwe Testament, en links achterin is een klein altaar met twee zij ingangen, een lage om nederig naar binnen te gaan en nadat je gezuiverd bent of hoe dat ook heet, een hogere om naar buiten te lopen.
Verder is de abdij nog een prachtige freso van Lo Spagna rijk en staat er een aantal sarcofagen die vrij goed bewaard zijn.



Het entreebewijs was ook geldig voor `De Mummies` in Ferentillo. Klinkt een beetje als een filmtitel, maar het was erg leuk. Het museum bevindt zich in een vroegere kerk, waaronder het kerkhof was, maar nadat de wet voorschreef dat alle kerkhoven zich buiten de stadmuren moesten bevinden, werden de graven opengemaakt en bleken de lichamen dus gemummificeerd doordat er een micro-bacterie leeft die het vocht onttrekt en het overige intact laat. Bij elke mummie was wel een verhaal of legende, machtig interessant... maar ik hoop wel dat ik nog slaap vannacht. Jammergenoeg, verboden te fotograferen.... dus ga er zelf maar een nachtmerrie opdoen.

Vervolgens een smakelijke lunch genuttigd bij Trattoria di Marilu in Piediluco aan de oever van het meer. Natuurlijk vis op de kaart, zodat ik gezelschap kreeg..maar jammer voor hem, ik had net mijn bord leeg.  




Excellent Eggi


De afgelopen twee dagen heb ik drie plekken in Umbria bezocht: Spoleto, eens mijn vaste stek en noodgedwongen opgegeven. Ik had daar een vast ritueel, via de Arco di Druso naar koffie op de Pizza del Mercato, ff kletsen met de eigenaar van de bar die ik na tien jaar nog steeds `signore` noemde en hem met het formele `lei` aansprak terwijl hij mij ongehinderd `tu` noemde – Italianen hebben een speciale opvatting van decorum. Daarna natuurlijk even de Duomo in met onderweg een stop bij de SS Paolo e Pietro om de werkelijk prachtige fresco te bewonderen. Over de Duomo heeft ieder boek en iedere blogger al alle details uitgekauwd, dus dat ga ik niet doen, maar overslaan is een zonde tegen de goede smaak.
Daarna als ik er zin in had via de Ponte delle Torri naar de Rocca Albornoz of gewoon meteen de winkelstraat in en bedenken wat een hoop geld voor verschil maakt..en vervolgens weer naar boven omhijgend neer te ploffen bij de Angolo Anticho waar de eigenaar Paolo me een bord wildzwijn voorzette dat de kwalificatie `divino` – goddelijk een andere dimensie gaf.

Ik was inmiddels al drie jaar niet meer in Spoleto geweest. De eerste tegenvaller kwam direct bij de start: de koffiebar was weg en de ramen zaten dicht met kranten. De SS Paolo e Pietro was dicht en onderweg naar de Duomo bleken de kranten een steeds meer voorkomend verschijnsel. De Duomo was natuurlijk gewoon de Duomo gelukkig. De winkelstraat bood helaas ook meer papierwerk dan winkels. Ik hoop maar dat ze ergens een betere stek gevonden hebben, want mijn totaalindruk was een beetje troosteloos en van schrik heb ik de lunch gebruikt bij Ristorante Canasta bij het amfitheater. De lunch was overigens uitstekend.
Ik moet erbij vertellen dat ik me niet goed voelde, dus misschien heeft dat mijn indruk wat gekleurd.

De volgende dag was de bestemming Spello - Splendidissima Colonia Julia.... en dat was het gelukkig nog steeds. Het was het feest van de Infiorata, een soort bloemencorso ter ere van Sacramentszondag en de Processie van Corpus Domini gehouden wordt. Ook alle huizen waren volop versierd omdat er ook een wedstrijd voor het mooiste balkon, hoekje of raam is. Wat mij betreft: veel kandidaten. Een heel plezierige tegenhanger voor de wat tegenvallende dag ervoor.



De volgende stop was Eggi. Een vlek aan het begin van route naar de Valnerina. Ik ben er al een miljoen keer langsgereden, maar wie gaat er nou naar Eggi? Ik.
Ik ben geen stadsmens maar na Eggi is de hoop daarop voor eeuwig weg. Een geweldig dorpje, mooie steile straatjes, een prachtige kerk met mooie fresco´s en de restanten van een vestingmuur rondom het hele dorp. Tegen die muur aan hebben de – allemaal even vriendelijke - bewoners allelei hoekjes aangelegd met fuitbomen, moestuintjes en kruiden. Zelfs de katten in het dorpje waren beminnelijk.. en teken dat het leven er goed is.




Dus opnieuw.. het platteland van Umbria is het paradijs.