Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

zondag 19 januari 2014

Umbria.. de geheimen van het land

Na het lezen van mijn blog zal het iedereen duidelijk zijn dat ik geen stadsmens ben. Hoewel nu en dan shoppen (liever nu dan dan) erg vertroostend kan zijn en ik nooit een aanbod voor lunch in een goed restaurant zal afslaan, hou ik niet echt van drukte en veel verkeer.

De Umbrische steden zijn wat dat betreft het beste. De stadscentra zijn meestal autovrij wat inhoudt dat je in alle rust kunt genieten van de middeleeuwse gebouwen, schilderachtige steegjes en een culturele rijkdom die ik bijna nergens heb gezien. Toch, zelfs aan het eind van zo´n welbestede dag ben ik altijd gelukkig om de golvende heuvels weer te zien en me onder te dompelen in de stilte.






Relatieve stilte uiteraard. Terwijl ik dit schrijf hoor ik de vogels op volle kracht zingen. Ze hebben hun nest vlak onder mijn slaapkamerraam weer ingenomen en ieder jaar herinner ik me weer dat ik het weg zou halen. Maar weet je, eigenlijk vind ik het geweldig. Dan zijn er natuurlijk de jacht-en-truffelhonden van mijn buurman die bij iedere scheet blaffen. Het is gewoon een sport geworden om erover te zeuren, maar in alle eerlijkheid hoor ik ze amper nog.

Als het herfst wordt zijn er de geluiden van de jagers in het bos. Af en toe klinkt het alsof er een schot vlak achter mijn rug wordt gelost. Soms denk ik dat dat ook zo is. Maar op het gevaar af de vegetariërs onder ons te beledigen: ik ben gek op schotels met wildzwijn en haas.







Over haas gesproken, afgelopen maart zat er steeds één op de weg naar mijn huis dus ik dacht dat het leuk zou zijn om hem op de foto te zetten. Natuurlijk liet hij zich toen niet meer zien en de ene keer dat hij er wel was, was ik te laat en had ik een prachtige foto van het olijfveld met prachtige bomen, fris groen gras en de Onzichtbare Haas.






Het is verbazingwekkend hoe elke hoek je voor een verrassing kan laten staan. Schapen die de heuvel opklimmen en hun waakhonden die er schattig uitzien, maar altijd alert zijn.










Een paar geiten die het vertikken opzij te gaan, maar de benen nemen zodra je een foto wil nemen.











En wat denk je van bloemen plukken aan de waterkant en oog in oog te staan met Iemand die het water uitkomt? Ik heb geprobeerd op te zoeken wie ik had ontmoet – gewoon om zeker te weten dat ik niet tegen een doodgewone rat had staan kletsen – maar dat is niet gelukt.








En dan heb ik het niet eens over de mensen gehad. Vlakbij Casale ontmoette ik een boer die gras aan het snijden was met een zeisje. Hij vond dat hij zelf niet interessant genoeg was voor een foto, maar ik mocht wel het zeisje fotograferen en hij deed voor hoe het moest. Ik moet oefenen, want alles wat ik sneed was een groot brok modder. Als ik hier ooit nog kan wonen zal ik handiger moeten worden.





Natuurlijk hebben we het hier niet over de wildernis. Ik bedoel, t is niet alsof je in de jungle moet overleven. Mijn huis heeft natuurlijk heus wel centrale verwarming, maar het is gewoon zo´n goed gevoel om bij het haardvuur te zitten met hout dat je zelf hebt gehakt. Of om een omelet te eten met die tien asperges die je wist te ontdekken.






Om kort te gaan, ik hou van zwerven over het Umbrische platteland. Zelfs als het betekent dat elke schroef van de auto lostrilt door het wegdek. Zelfs als het betekent dat ik elke dag dezelfde lelijke trekking laarzen en gescheurde spijkerbroek aan moet. Zelfs als het geschramde benen en armen betekent door het plukken van die laatste asperge. Zelfs als het betekent misselijk worden als je vanuit een olijfboom naar beneden kijkt, omdat er nog één olijfje hoog hing.




Het betekent prachtige uitzichten waar geen eind aan lijkt te komen. Het betekent de lucht van bloemen in de zon. Het betekent vuurvliegjes in de ècht donkere Umbrische nacht. Het betekent Umbria.  


Monte Sibillini (Nederlands)


Gisteren heb ik eindelijk de tocht gemaakt die ik al een tijdje op de planning had staan: De Valnerina en de Monti Sibillini. Ik ben niet echt een mens voor hoge bergen – sowieso niet voor hoogtes – maar ten eerste valt het eigenlijk wel mee, ik bedoel, het is niet de Andes ofzo en ten tweede kun je onmogelijk de hele Valnerina doorrijden naar Norcia en alle schilderachtige plaatsjes links laten liggen. De natuur is er onbeschrijflijk, groen, hoog, woest, groen.

Maar zelfs hierin moest een keus gemaakt worden, rechtsaf naar Monteleone di Spoleto en Leonessa of links naar Cerreto om toch onvermijdelijk weer in Norcia te komen. Mijn keuzen gaan meestal de linkerkant op, zo ook nu. Zo blijft er wat te wensen.

Het eerste dorpje heette Valle di Nera (goh) en was, volgens het bordje, één van de mooiste borghi in Umbria Italia de Wereld Heelal. Zonder overdrijven: het was een prachtig bergdorpje. Goed onderhouden met de karakteristieke hoekjes die zo kenmerkend zijn voor Umbria. De eerste kerk bleek dicht, maar bij de tweede kwam er een stokoud, tandeloos, onverstaanbaar mannetje aanschuifelen die vroeg of hij de deur moest opendoen. Gelukkig zei ik ja.
Detiende eeuws interieur, een paar bijna achteloze fresco´s en een prachtig Mariabeeld geoogst. En niet onbelangrijk: nergens bordjes met `stilte.` 


Via Cerreto en Norcia kwam de Piano Grande in zicht. Ik heb hier in maart al foto´s van neergezet, toen het een woeste deslolate vlakte was. In juni staat het er vol bloemen en lopen er paarden en kuddes schapen met herders en honden. Doordat ik geen kinderen meehad, bleef de discussie of zo´n vlooienpot al dan niet meegenomen moet worden, me gelukkig bespaard. Castelluccio was afgeladen met toeristen en ik heb het ook al tien keer gezien, dus de tocht ging voort naar Visso.




Visso ligt aan de oevers van de Ussita, een zijriviertje van de Nera. Een dorpje vol Middeleeuwse balkons, oude palazzi, een museum met oude handschriften, een overdosis salumerie want de ham uit Visso is beroemd, ontzettend vriendelijke mensen en een trattoria met de dubieuze naam `Wanted` die nooit een Michelinster zal krijgen, maar wel een prima pappardelle al cinghiale (lintpasta met zwijn) serveert. Er zat niemand, altijd een risico, maar zien eten doet eten, en het stroomde zowel binnen als buiten vol en moest er iemand op een draf naar de bakker en de slager, want ze waren er even niet op berekend.


Vervolgens was Colfiorito het doel. Via een zijsprongetje naar het Santuario di Macereto (jammergenoeg dicht tijdens de siesta) en Appennino en de meest prachtige uitzichten op de Monti Sibillini werd het wat vlakker en kon ik uiteindelijk mijn rode aardappels en linzen kopen bij één van de vele boeren die langs de weg zitten om hun oogst te verkopen.
Een zeer welbestede dag, die de heimwee waarschijnlijk nog groter zal maken.  





De bloemetjes en de horzels

Ik denk dat iedereen ondertussen wel weet dat er over natuurschoon niet te klagen valt hier in Umbria. Ik heb in november iedereen platgeluld over olijven en in maart over asperges (en slangen) maar zelfs hoogzomer is er nog genoeg moois te zien en is het allesbehalve uitgedroogd.
Dat zou natuurlijk door die afschuwelijke winter kunnen komen of door het on-Italiaanse voorjaar dat ze hier hebben gehad of misschien is het hier wel gewoon leuk.


In mijn tuin hier staan pioenen, ik bedoel, die stonden er, want na één dag hadden de honden ze platgetrapt, veel vetplanten en een lading fruitbomen. Abrikozen, amandelen, appels, druiven en twee vijgenbomen waarvan ik hoop nog vruchten te kunnen plukken voor ik weer naar Helland moet. Mijn Nederlandse vijg is namelijk doodgevroren.



En verder kan je hier heel veel vinden dat gewoon in het wild groeit. De rozemarijn, wilde oregano, wilde venkel (opgegeten in de porchetta) en wilde munt. Ik kon die munt niet op de foto zetten want mn buuf was uit de bron aan het sproeien met een slang vol gaten, zodat het water alle kanten opspoot en hoe heet het hier ook is, ik heb echt geen zin in een natte jurk.




Het heeft voordelen. Bedoel, wie loopt er nou gewoon naar buiten om eten te plukken? Nou, de andere buuf dus. Elke dag loopt ze stiekum langs mijn hek te struinen, met een lange stok tegen de slangen, om een insalata di campo bij elkaar te scharrelen. Je ziet haar zowat niet, want ze is ongeveer 1 meter 10, maar als de honden niet steeds uit hun dak zouden gaan zou ik niet merken dat ze er liep. De geruststelling is dat ze zo blind is als een mol en dus de bijnaam Jampot heeft intussen.

Maar goed terug naar die planten, want daar ging het over. Zaterdag op de Piano Grande kon ik één bloemenzee bewonderen. Echt niet te beschrijven, en al helemaal niet te fotograferen, want je hebt het dan over kilometers bloemen. In maart staan ze er nog niet, en in juni moet je snel zijn, want wat niet verdroogt door de hitte, wordt opgegeten door de schapen. Wat me meteen op de titel brengt. Zo´n overdaad aan geurige, kleurige planten brengt meteen een overdaad aan insecten met zich mee.
Maarja..... zelfs het paradijs had zn slang... toch?